Het klokhuis | Vier sterren
Wanneer een klant pindakaas bestelt, doet de ober van een duur restaurant alles om die niet te hoeven brengen.
INT. RESTAURANT LES QUATRE ETOILES
Een GAST aan een tafeltje in een uiterst chique restaurant bestudeert de menukaart. Op de achtergrond klinkt zacht een piano en beschaafd geroezemoes.
KELNER (O.S.)
En? Heeft u al een keuze kunnen maken?
Naast het tafeltje verschijnt een deftige KELNER in zwart rokkostuum en witte strik. In zijn hand een blocnote.
GAST
(zonder op te kijken) Hm. Lastig.
KELNER
Mag ik u dan de Milanese kalfsoester aanbevelen? Op een bed van Cantharellen.
GAST
Heb ik vorige week al gehad.
KELNER
Of een Boeuf Bourguignon? Tongstrelend!
GAST
Nee, ik weet het al!
De KELNER houdt een potlood klaar boven de blocnote.
GAST (CONT.)
Een boterham met pindakaas!
KELNER
Pardon?
GAST
Pindakaas. Op een bruine boterham.
Stilte. De KELNER schrijft niets op, maar buigt zich behulpzaam naar de menukaart toe.
KELNER
Kijk, we hebben ook Confit de Canard.
GAST (ONDERBREEKT)
Nee, ik wil pindakaas!
KELNER
(toonloos) Pindakaas. Juist ja. Zal ik die caramelliseren of een beetje cognac erdoorheen? ‘Pindakaas flambé’, zogezegd.
GAST
Nee! Gewoon pindakaas op een boterham. Niets meer en niets minder.
KELNER
(ijzig) Tuurlijk, meneer, wat u wilt.
Hij vertrekt en tevreden vouwt de GAST de menukaart dicht.
GAST
(voor zichzelf) Een smeuïge, goudbruine laag met krokante stukjes noot, heerlijk!
Vrijwel onmiddelijk verschijnt de KELNER weer met een serveertrolley. Met geroutineerde bewegingen legt hij nieuw bestek voor de GAST neer.
KELNER
U heeft geluk, meneer. De chefkok heeft er zin in vandaag. Kijk eens: voor u.
Een gebraden fazant met twee brandende sterretjes erin gestoken, wordt voor de GAST op tafel gezet.
GAST
Wat is dit?!
KELNER
Faisan a la crème! Specialiteit van het huis.
GAST
Dat hoef ik helemaal niet!
KELNER
(geschokt) U wilt geen Faisan a la crème?!
GAST
Nee, haal het weg!
KELNER
Maar het is verrukkelijk!
GAST
Dan eet u het zelf maar op. Pindakaas heb ik besteld!
Zonder verder iets te zeggen plaatst de KELNER met nijdige bewegingen de fazant weer op de trolley. Voor hij vertrekt, draait hij zich toch nog even om… met een dampend gebakje in z’n handen.
KELNER
En een truffelpasteitje?
GAST
PINDAKAAS! MOET IK HET VOOR U OPSCHRIJVEN?
Beledigd rijdt de KELNER weg met de trolley.
GAST (CONT.)
(voor zichzelf) De volgende keer neem ik m’n eigen eten mee.
Meteen staat de KELNER weer naast hem en gooit met nauwelijks verholen dedain een mandje met brood en een zilveren schaaltje met deksel op tafel.
KELNER
Eén broodje pindakaas voor ‘meneer’.
GAST
(overdreven) Ik dank u vriendelijk.
Hij pakt zijn mes en tilt het dekseltje op: pinda’s.
GAST (CONT.)
U heeft gewoon geen pindakaas, hè?
KELNER
Wel.
GAST
Alleen een paar armetierige pinda’s.
KELNER
Da’s hetzelfde.
GAST
DAT IS NIET HETZELFDE!
Hij pakt het schaaltje en kiepert de pinda’s op tafel.
GAST (CONT.)
Hoe kan ik dit ooit op een broodje smeren?
Spottend kijkt hij naar de roodaangelopen KELNER.
GAST (CONT.)
Deze tent wordt volkomen overschat! Vier sterren maar geen pindakaas. Ha! Zelfs een frietkraam heeft meer keus dan hier!
Hij gooit zijn servet van zich af en wil opstaan, maar de KELNER ontploft en trekt het hoofd van de GAST aan diens haar naar achteren.
KELNER
U HOEFT ZE ALLEEN MAAR TE PRAKKEN! KIJK ZO!
Met brute kracht begint hij met het hoofd van de GAST op de tafel te bonken om de pinda’s te prakken.
KELNER (CONT.)
ZIET U WEL, HET WORDT AL SMEUÏG!