Flikken Maastricht | Aflevering 39 | Scène 55
INT. POLITIEBUREAU / KANTOOR HOEBEN / DAG
MARION is intussen volledig murw door de eindeloze klaagzang van PIETER HOFMAN. HOEBEN blijft onverstoorbaar glimlachen.
PIETER HOFMAN
En alsof dat nog niet voldoende is, word ik tegen de grond gesmeten!
Hij laat zich terugvallen in zijn stoel.
HOEBEN
(Tegen Marion) Nu mag jij.
Stilte. Buiten het kantoor heerst totale hectiek in de kantoortuin en zijn AGENTEN koortsachtig aan het werk.
MARION
Meneer Hofman…
MARION buigt zich naar voren en zoekt naar de juiste woorden.
MARION (CONT.)
Dat u ons voortdurend klachten stuurt… is heel… heel…
Het gezicht van PIETER verstrakt. HOEBEN kucht.
MARION (CONT.)
… prijzenswaardig.
Stilte. HOEBEN knikt instemmend. PIETER kijkt argwanend.
MARION (CONT.)
Was iedereen maar zo oplettend en zo… betrokken als u.
PIETER draait wat ongemakkelijk op zijn stoel.
MARION (CONT.)
Dan zou de politie het een stuk gemakkelijker hebben.
HOEBEN
Een stuk!
MARION
Dat ik u heb laten vallen, was fout. Fout-fout-fout. Dat had u niet verdiend.
Door de onverwachte toon raakt PIETER van zijn apropos.
PIETER
Ach, ik doe wat ik kan.
HOEBEN
En dat stellen wij zeer op prijs.
MARION (CONT.)
Als ik dat niet meteen liet blijken, dan spijt me dat verschrikkelijk.
Ze pakt haar kaartje en schuift het naar PIETER toe.
MARION (CONT.)
Dus als u weer iets opmerkt… hier, laat het me direct weten.
PIETER knikt. Volkomen uit het veld geslagen door zoveel sympathie. MARION schudt zijn hand en daarna HOEBEN.
HOEBEN
Doen, hoor!