Dankert & Dankert | Aflevering 9 | Scène 8
Tot groot vermaak van zijn broer Pieter weigert advocaat Jelle ’s avonds zijn kantoor te verlaten, omdat hij wordt gestalkt door een cliënte.
INT. ADVOCATENKANTOOR / SECRETARIAAT & KANTOOR JELLE / AVOND 2
Het kantoor is verlaten en alleen in de kamer van Jelle brandt licht. Op de achtergrond klinkt het aanhoudend getoeter van een auto. Een sleutel in de voordeur. Pieter komt naar binnen en wil zijn aktekoffer in zijn kamer leggen, maar ziet dan het licht bij Jelle.
PIETER
Zware case?
JELLE
Kun je wel zeggen. Parkeerbonnen.
Verbaasd komt Pieter naar Jelle’s kantoor. Die hangt achterover in zijn stoel met zijn benen op een leeg bureau.
PIETER
Dat had je toch al afgerond?
JELLE
Ik wel, maar zij nog niet.
Hij knikt met zijn hoofd naar het raam, waarachter nog steeds het doordringende geclaxoneer van de auto klinkt.
PIETER
Hoezo? Wat wil ze dan?
JELLE
Mij.
Hij gebaart opzij naar de bloemen.
JELLE (CONT.)
Emmers met rozen, een gouden horloge cadeau, om de tien minuten een liefdesverklaring op m’n voice-mail. Zelfs Leny wordt er gek van.
Pieter grinnikt.
PIETER
En jij?
JELLE
Wat denk je?! Ik kom m’n kantoor niet meer uit, voordat ze weg is.
PIETER
Maar heb je ook gezégd dat je niets voor haar voelt?
Jelle snuift verontwaardigd.
JELLE
Alsof dat nog niet duidelijk is!
PIETER
Heb je het gezegd?!
JELLE
Ik zei dat ik geen tijd had. De hele week niet. Dat ik omkwam in het werk. Als ze het dan nog niet snapt!…
Pieter gaat zitten en schudt even z’n hoofd.
PIETER
Waarom zég je het haar niet gewoon?! ‘Ik hoef je rozen en dat horloge niet, want ik voel niks voor jou. Punt’
Jelle begint te lachen.
JELLE
Ja, hallo, het is een cliënt! Die ga je toch niet wegjagen.
PIETER
Zeggen wat je denkt en doen wat je zegt, hoe moeilijk kan dat zijn?
JELLE
Pieter, we zijn juristen! Als wij gaan zeggen, wat we denken, dan kunnen we de zaak hier wel sluiten.
Op dat moment houdt buiten het getoeter van de auto op. Beiden luisteren aandachtig.
JELLE (CONT.)
Zullen we de zaak dan maar sluiten?
Lachend trekt hij zijn jas aan.