Het klokhuis | Een gouden vondst
Een schatgraver waant zich rijk als hij een grote schat vindt, maar dan verschijnt de onwaarschijnlijke eigenaar.
EXT. VERLATEN AKKER
Piep-piep-piep! Klinkt er vanuit een kuil op een verlaten akker. Op de bodem zoekt een SCHATGRAVER met een metaaldetector.
SCHATZOEKER
Hè?! Daar ligt iets…
Hij valt op zijn knieën en graaft met blote handen een vaas uit.
SCHATZOEKER (CONT.)
Maar dat lijkt wel…
Hij keert de vaas om en een stroom goudstukken valt op de grond.
SCHATZOEKER (CONT.)
GOUD! GOUD! EINDELIJK!
In tranen kust hij de munten en laat ze door z’n vingers rollen.
SCHATZOEKER (CONT.)
M’n hele leven heb ik al gezocht en nu… nu heb ik het! En niemand neemt mij dit meer af!
STEM (O.S.)
Buon giorno, amico. Mag ik mijn geld terug?
Stomverbaasd kijkt de schatgraver omhoog: op de rand van de kuil staat een ouderwetse ROMEIN in volle wapenuitrusting.
ROMEIN (CONT.)
Voor de veldslag heb ik het hier begraven, maar we hebben gewonnen, dus kom ik het weer ophalen.
SCHATZOEKER
… maar dat is toch… hoe kan…
ROMEIN
Er zitten gouden munten tussen en Caesarpenningen, kijk maar.
SCHATZOEKER
NEE! NEE! VAN MIJ!
Hij graait de munten bijeen en drukt de vaas tegen zich aan.
ROMEIN
Wat krijgen we nou? Wil jij mij beroven?!
SCHATZOEKER
Ik heb het eerlijk gevonden.
ROMEIN
Terwijl ik mijn leven waag voor het Groot-Romeinse rijk, steel jij stiekem mijn geld?
Hij trekt zijn korte zwaard.
SCHATZOEKER
Ik heb er recht op.
ROMEIN
Jullie Bataven hebben nergens recht op. Wij hebben jullie allang verslagen. Maar dat wil ik best nog een keertje overdoen!
SCHATZOEKER
Nee, dat kan niet, jullie zijn dood!
ROMEIN
Wat? Gaan we nog dreigen ook?!
SCHATZOEKER
U bestaat niet. Alleen in mijn hoofd. Ja, dat is het. U bent er gewoon niet echt.
ROMEIN
O JA? EN IS DIT OOK NIET ECHT?! EN DEZE?! OF DEZE?!
Kloink! Kloink! De romein is in de kuil gesprongen en slaat met zijn zwaard, dat de schatzoeker afweert met de metaaldetector.
ROMEIN (CONT.)
Eeuwenlang proberen wij jullie barbaren wat Romeinse beschaving bij te brengen en dan is dit jullie dank?!
Hij slaat de metaaldetector uit de handen van de schatzoeker.
ROMEIN (CONT.)
Caesar weet wel raad met opstandelingen zoals jij. Die gooit jou meteen voor de leeuwen.
SCHATZOEKER
Nee, genade, meneer de Romein!
Hij is op zijn knieën gevallen en houdt zijn handen smekend omhoog.
SCHATZOEKER (CONT.)
Ik was dom. Ik wist niet beter. Alstublieft.
Hij duwt de vaas met goudstukken naar de Romein toe. stilte.
ROMEIN
Nou, vooruit. Je mag blijven leven.
SCHATZOEKER
Dank u, dank u!
De Romein steekt zijn zwaard weg en raapt het goud bijeen.
ROMEIN
Hier. Koop eerst maar ‘ns wat fatsoenlijke kleren.
Hij gooit een bronzen muntje naar de schatzoeker en vertrekt.
SCHATZOEKER
Grazie, meneer de Romein, grazie!
ROMEIN
(in camera) Het moet niet gekker worden, zeg!