Flikken Maastricht | Aflevering 39 | Scène 55

INT. POLITIEBUREAU / KANTOOR HOEBEN / DAG

MARION is intussen volledig murw door de eindeloze klaagzang van PIETER HOFMAN. HOEBEN blijft onverstoorbaar glimlachen.

PIETER HOFMAN

En alsof dat nog niet voldoende is, word ik tegen de grond gesmeten!
Hij laat zich terugvallen in zijn stoel.

HOEBEN

(Tegen Marion) Nu mag jij.
Stilte. Buiten het kantoor heerst totale hectiek in de kantoortuin en zijn AGENTEN koortsachtig aan het werk.

MARION

Meneer Hofman…
MARION buigt zich naar voren en zoekt naar de juiste woorden.

MARION (CONT.)

Dat u ons voortdurend klachten stuurt… is heel… heel…
Het gezicht van PIETER verstrakt. HOEBEN kucht.

MARION (CONT.)

… prijzenswaardig.
Stilte. HOEBEN knikt instemmend. PIETER kijkt argwanend.

MARION (CONT.)

Was iedereen maar zo oplettend en zo… betrokken als u.
PIETER draait wat ongemakkelijk op zijn stoel.

MARION (CONT.)

Dan zou de politie het een stuk gemakkelijker hebben.

HOEBEN

Een stuk!

MARION

Dat ik u heb laten vallen, was fout. Fout-fout-fout. Dat had u niet verdiend.
Door de onverwachte toon raakt PIETER van zijn apropos.

PIETER

Ach, ik doe wat ik kan.

HOEBEN

En dat stellen wij zeer op prijs.

MARION (CONT.)

Als ik dat niet meteen liet blijken, dan spijt me dat verschrikkelijk.
Ze pakt haar kaartje en schuift het naar PIETER toe.

MARION (CONT.)

Dus als u weer iets opmerkt… hier, laat het me direct weten.
PIETER knikt. Volkomen uit het veld geslagen door zoveel sympathie. MARION schudt zijn hand en daarna HOEBEN.

HOEBEN

Doen, hoor!

Flikken Maastricht | Aflevering 39 | Scène 48

Wolfs heeft niet kunnen voorkomen dat de vermoedelijke dader van een reeks verkrachtingen halfdood wordt geslagen.

INT. HUIS FRANCOIS KORENAAR / SLAAPKAMER / DAG

WOLFS heeft een laken van het bed getrokken en scheurt dat aan flarden. Hij probeert het bloeden van FRANCOIS te stelpen.

WOLFS

Jezus, man, wat heb je gedaan?

DAVE

Hij heeft z’n verdiende loon gekregen.

WOLFS

En jij straks ook. Je bent aangehouden. Ga je ouders maar bellen.
DAVE blijft zitten en kijkt hoe WOLFS probeert de wonden van FRANCOIS te verbinden.

DAVE

Laat ‘m toch kreperen.

WOLFS

Dan hang jij voor moord.

DAVE

Je hebt toch gezien wat hij met Sonja heeft gedaan? Die schoft.
De tranen schieten in zijn ogen.

WOLFS

Je had het aan ons moeten overlaten.

DAVE

En dan?! Een jaartje gevangenis en hij staat weer op straat. Zo gaat dat toch in Nederland?!
Met beide handen drukt WOLFS een hoofdwond aan. In de verte klinkt de sirene van een ambulance.

DAVE (CONT.)

Dan kan hij de volgende pakken.

WOLFS

O ja?! Hoe weet jij zo zeker dat hij het was?

DAVE

Hij is meermaals veroordeeld voor verkrachting.

WOLFS

Dat was tien jaar geleden!

DAVE

Hij is conciërge op onze school. Dat kan toch geen toeval zijn?!
WOLFS ziet dat FRANCOIS iets prevelt en buigt zich voorover.

WOLFS

Wat zegt u?

FRANCOIS

Or…dekt…

WOLFS

Ik begrijp u niet.

FRANCOIS

Org… dekt… mie…

DAVE

Dat zegt hij de hele tijd al. Ik begreep het ook niet.

WOLFS

Orchidectomie, sukkel. Hij is gecastreerd.

Flikken Maastricht | Aflevering 38 | Scène 18

Tijdens een inbraak­preventie­campagne hebben Marion en nieuw­komer Daan een inbreker rustig zijn gang laten gaan.

INT. POLITIEBUREAU / KANTOORTUIN / DAG

Het ongelovige gezicht van HOEBEN.

HOEBEN

Okee, nog éen keer: wát is er gebeurd?!

MARION

Nou, wij duwen die deur open en daar staat de bewoner, dachten wij.
Naast MARION zit een norse DAAN als een bezetene met éen vinger op ENTER te toetsen, waardoor allerlei foto’s van criminelen op de computer voorbij komen.

MARION (CONT.)

Maar het bleek een inbreker.

HOEBEN

Heterdaadje dus. En toen?

MARION

Ja, wisten wij veel.

HOEBEN

Toen hebben jullie een wit voetje voor ‘m neergelegd?!
De AGENTEN om hen heen houden hun gezicht nog net in de plooi. Zonder zijn concentratie te verliezen klikt DAAN verder.

DAAN

Als hij hier tussen zit, vinden we hem zo, want we hebben hem allebei goed gezien.

ROMEO

Jullie zijn niet de enigen.
Met een uitgestreken gezicht komt ROMEO met een aantal enqueteformulieren van het buurtonderzoek erbij staan.

ROMEO (CONT.)

Meerdere bewoners hebben maar liefst twee inbrekers gezien. Gedroegen zich heel verdacht.
Achteloos bladert hij door de formulieren heen.

MARION (CONT.)

(Leest) Een dikke en een vrouw. Allebei in politieuniform.
Verderop in de kantoortuin wordt een lachtstuip onderdrukt. DAAN kijkt ROMEO vernietigend aan.

DAAN

Heel grappig, dankjewel.
ROMEO haalt een nieuw formulier tevoorschijn.

ROMEO

De technische jongens hebben wel een handafdruk op de voordeur gevonden, maar die leverde nog geen match op.
MARION pakt het formulier op.

MARION

Ik heb wel een idee van wie die is.
HOEBEN en ROMEO kijken haar vragend aan.

DAAN

Van mij.
Nu schieten meerdere AGENTEN in een lachstuip.

HOEBEN

(fel) Wat is hier zo grappig aan?!
Het gelach bedaart onmiddelijk.

DAAN

Ik heb die deur opengeduwd.

HOEBEN

Het is toch niet te geloven!

MARION

We zullen er echt alles aan doen…

HOEBEN

Dat gaan jullie zeker! Eén dag, dan hebben jullie die vent gevonden.
Hij loopt naar zijn kantoor.

HOEBEN (CONT.)

(Voor zichzelf) Preventiecampagne noemen ze dat! Straks zijn we snotdomme het enige korps waar het aantal inbraken is toegenomen!
Hij knalt zijn kantoordeur dicht. ROMEO grijnst naar MARION.

ROMEO

O, jullie vinden hem vast!
Opgewekt loopt hij weg en MARION draait naar DAAN toe.

MARION

En? Zat hij ertussen?
DAAN schudt z’n hoofd.

Flikken Maastricht | Aflevering 37 | Scène 17

Wolfs en zijn partner Eva verschillen van mening over de oorzaak van een sterfgeval. In bijzijn van hun chef Hoeben lopen de spanningen tussen beiden op.

INT. POLITIEBUREAU / KANTOOR HOEBEN – DAY

HOEBEN trekt de deur van zijn kantoor dicht en gaat achter zijn bureau zitten. Tegenover WOLFS en EVA.

HOEBEN

En?

WOLFS

Moord.

EVA

Zelfmoord.
HOEBEN fronst zijn wenkbrauwen.

HOEBEN

Hebben jullie wel overlegd?

EVA

Het is zelfmoord. Honderd procent.
WOLFS schudt zijn hoofd en kijkt weg.

EVA (O.S. CONT.)

Er waren geen sporen van geweld.

WOLFS

Maar wel een schaafwond!

EVA

Die heb ik ook! Dat zegt toch niks?!
HOEBEN gebaart WOLFS met zijn hand om even stil te blijven.

EVA (CONT.)

Harold was depressief. Zag het leven niet meer zitten-

WOLFS

Dan hang je jezelf op of je slikt een berg slaaptabletten, maar niet in de Maas-

HOEBEN

Wolfs, alsjeblieft-

EVA

(Tegen Wolfs) Hij hield van zijn vrouw en wilde zonder haar niet meer leven!
Smalend schudt WOLFS zijn hoofd.

EVA (CONT.)

Maar daar kun jij je natuurlijk geen moer bij voorstellen!

WOLFS

Harold had een kind en dat laat je nooit in de steek! Maar daar snap jij weer geen zak van!

HOEBEN

(gealarmeerd) Jongens, jongens, laten jullie elkaar wel heel?
Gespannen stilte. Op dat moment gaat de mobiel van WOLFS.

WOLFS

(in mobiel) Wolfs? (…) Ja, ik luister.
EVA kijkt nors voor zich uit.

HOEBEN

D’r is al genoeg geweld op straat. Laten wij het in godsnaam een beetje beschaafd houden.

WOLFSIn Mobiel

Helemaal goed! Bedankt.
Hij bergt zijn mobiel op. EVA kijkt opzij.

WOLFS (CONT.)

Was niks. Andere zaak.

EVA

Je liegt het! Dat was de patholoog!

WOLFS

Ach, welnee. Nu mag ik. Volgens mij is Harold vermoord, omdat-

HOEBENrustig

Wat zei de patholoog?
Stilte.

WOLFS

Harolds bloed had een promillage van éen komma zes en daarop is de autopsie beëindigd.
HOEBEN knikt.

HOEBEN

Dan houden we het op een ongeluk.

Flikken Maastricht | Aflevering 37 | Scène 11

Tijdens hun eerste opdracht ergert Romeo zich dood aan zijn nieuwe partner.

EXT. WINKELCENTRUM / MODEWINKEL – DAY

Welgevormde etalagepoppen in zomerse kleding in een etalage.

TWAN (O.S.)

Het is gajes! Stuk voor stuk!
In de deuropening van een modezaak staat eigenaar TWAN KRONENBURG (44) en knikt met ingehouden woede in de verte.

TWAN (CONT.)

De hele dag hangen ze hier rond. En maar zeiken en klieren. Zo gaat dit hele winkelcentrum eraan!
ROMEO staat naast TWAN, maar hij staart voor zich uit en lijkt met zijn gedachten heel ergens anders.

TWAN (CONT.)

Ik durf zelfs geen rekken meer buiten te zetten, want die worden meteen geplunderd!
Nu pas wordt duidelijk waar ROMEO naar kijkt: DAAN draagt voor het eerst een politieuniform en bekijkt zichzelf onwennig in de etalageruit. Eerst de ene schouder naar voren, dan de andere. Hij trekt aan zijn mouwen, verplaatst z’n pet.

TWAN (CONT.)

Want ze zijn hondsbrutaal, dat stelletje! Hebben voor niks of niemand respect!
ROMEO ergert zich dood.

TWAN (CONT.)

Luistert u eigenlijk wel?!
ROMEO schrikt op.

ROMEO

Ja. Ja. Over wie heeft u het?

TWAN

Over hen, natuurlijk!
Hij wijst. Een eind verderop heeft een aantal OUDEREN plaatsgenomen op bankjes. Naast hen zijn rollators en bejaardenscooters geparkeerd.

ROMEO

Maar… dat zijn bejaarden?!

TWAN

Loeders zijn het. En ze zouden een samenscholingsverbod moeten krijgen!

Flikken Maastricht | Aflevering 37 | Scène 6

Romeo heeft zojuist te horen gekregen dat niet hij een functie bij de recherche krijgt, maar een buitenstaander zonder enige politie-ervaring.

INT. POLITIEBUREAU / KANTOOR HOEBEN – DAY

De deur zwaait open en ROMEO valt het kantoor binnen.

ROMEO

(verontwaardigd) Ik hoor net dat er iemand wordt klaargestoomd voor de recherche?!

HOEBEN

Ook goedemorgen, Romeo.
Vanachter zijn bureau kijkt HOEBEN op en legt zijn pen neer.

ROMEO

Een buitenstaander zonder enige politie-ervaring!

HOEBEN

Een zij-instromer, ja.

ROMEO

Maar ik dan?! Waarom moet ik jarenlang ervaring opdoen en mag een ander meteen bij de recherche?! Ben ik soms niet goed genoeg?!

HOEBEN

Integendeel. Jij bent zo goed, dat je hem zelfs mag inwerken.

ROMEO

WAT?!

HOEBEN

Hij moet eerst de straat op. Voor wat ervaring.

ROMEO

Maar dat is… Dat is…

DAAN (O.S.)

Hoofdinspecteur Hoeben?
HOEBEN en ROMEO kijken naar de deuropening, waar juist DAAN in burgerkleding is verschenen.

HOEBEN

Ja?

DAAN

Daan de Vos. Ik moest me bij u melden.
HOEBEN veert meteen overeind.

HOEBEN

O, je bent er al! Welkom!
Hij drukt DAAN de hand en gebaart richting ROMEO.

HOEBEN (CONT.)

Dit is Romeo en die gaat jou de komende weken inwerken. In het blauw.
DAAN knikt ROMEO vriendelijk toe, maar die bekijkt hem misprijzend van top tot teen.

HOEBEN (CONT.)

Hij staat al te popelen.

Flikken Maastricht | Aflevering 37 | Scène 5

Van afstand slaat Wolfs het sporenonderzoek gade, omdat hij niet met zijn nieuwe laarzen door de modder wil lopen.

EXT. MAASOEVER – DAY

De auto van WOLFS rijdt over een eenzame weg langs de Maas. Aan de rand van het water bekijken twee FORENSISCH ONDERZOEKERS in witte overalls het aangespoelde lichaam van HAROLD DECLEIR. De auto van WOLFS komt naast hun auto tot stilstand en EVA en WOLFS stappen uit.

WOLFS

Geweldig.
Zijn voet zakt weg in de zompige grond. Tevergeefs zoekt WOLFS een ‘droge’ manier om onderaan de oever te komen.

EVA

Geef ‘ns een hand.
WOLFS reikt haar de hand. Glijdend en wegzakkend in de drassige grond daalt EVA de helling af.

EVA (CONT.)

Kom maar.
Ze steekt beide handen uit om WOLFS op te vangen.

WOLFS

Nee, kijk jij maar. Ik vertrouw je wel.
Een koele blik van EVA.

EVA

Heren, wie hebben we hier?

SCHOUWARTS

Harold Decleir, ambtenaar van de gemeente Maastricht. Z’n pasje.
Hij overhandigt EVA een plastic zakje met daarin een doorweekt gemeentepasje met de pasfoto van Harold.

EVA

(leest) Toezichthouder ruimtelijke ordening.

WOLFS

(roept) Moord zeker?
EVA en de FORENSISCHE ONDERZOEKERS negeren hem.

SCHOUWARTS

Langer dan twaalf uur heeft hij er niet in gelegen.
Hij wijst naar het schuim rond de mond van HAROLD.

EVA

Sporen van geweld?

SCHOUWARTS

Alleen een flinke schaafwond.
Hij toont het achterhoofd van HAROLD.

EVA

Van een klap?

SCHOUWARTS

Of een brugpijler toen hij sprong.
EVA komt overeind.

EVA

Zelfmoord dus.

SCHOUWARTS

Dat hoop ik te weten na de autopsie.
EVA knikt en beklimt moeizaam de steile, modderige helling.

WOLFS

Wat zeiden ze? Moord?
Hij steekt zijn hand uit om EVA omhoog te trekken, maar zij negeert zijn hulp en beklimt de oever zelf.

WOLFS (CONT.)

Of was het een ongeluk?
Bestuderend kijkt hij de omgeving rond, terwijl EVA haar handen afveegt en naar de auto loopt. WOLFS komt achter haar aan.

WOLFS (CONT.)

Dan kan hij zo’n beetje van iedere brug zijn gevallen. Kennedybrug, Wilhelminabrug, Hoge Brug…
Hij gaat achter het stuur zitten en trekt het portier dicht.

WOLFS (CONT.)

Wat denk jij?
EVA trekt haar portier dicht en knikt omlaag.

EVA

Nieuwe laarzen?

Erich Mielke, Meister der Angst | Scène 29

Minister Mielke komt erachter dat de verkiezingsuitslagen, ondanks zijn uitdrukkelijke verbod, op verzoek van hogerhand zijn vervalst.

INNEN. MFS VORZIMMER ZUM BÜRO MIELKE – ABEND

Im Vorzimmer zu Mielkes Büro herrscht Gedränge. Mitarbeiter und Sekretärinnen laufen mit Lageberichten in der Hand hin und her oder telefonieren. Erich Mielke sitzt mit Rudi Mittig und Gerhard Neiber an einem Tisch zur Besprechung.

GENERALOBERST MITTIG (FORTLAUFEND)

Einem Teil der Ausreisewilligen wurde versprochen, dass sie ausreisen dürfen, wenn sie bis zur Wahl still bleiben. Ein anderer Teil wurde noch vor dem Wahltag umgesiedelt und die dritte Gruppe haben wir mit einem kleinen Ansporn auf den richtigen Kurs gebracht.

UT: MINISTERIUM FÜR STAATSSICHERHEIT, BERLIN, 7. MAI 1989

Generalmajor Carlsohn kommt dazu. Mielke wirft einen Blick auf ihn und nickt. Carlsohn hat einen Bericht in der Hand.

GENERALMAJOR CARLSOHN

Ich habs schwarz auf weiß, Genosse Minister. Am Beispiel des Bezirks Halle. Von den 9.668 angekündigten Wahlverweigerungen wurden 4.530 zurückgezogen.

MINISTER MIELKE

Ausjezeichnete Arbeit! Ihr habt mich verstanden, Jenossen. Diese zänkischen Topfgucker können jetzt zählen, wat se wollen! So muss et laufen, Jenossen!

Er steht auf und geht. Seine Stellvertreter springen auf.

GENERALLEUTNANT NEIBER

(murmelt) In den Wahllokalen werden sie ohnehin nichts finden!

Etwas in diesen Worten hat Mielke getriggert. Auf der Türschwelle seines Büros bleibt er stehen und dreht sich um.

MINISTER MIELKE

Wat sachst du?

GENERALLEUTNANT NEIBER

(nervös) Na, in den Wahllokalen wird es keine Divergenzen geben. Da zählt man ja richtig aus.

MINISTER MIELKE

(lauernd) Und wo zählt man nicht richtig aus?

Gefährliche Stille. Die Generäle stehen stramm.

GENERALLEUTNANT NEIBER

Nun ja. In den Kreiswahlleitungen und den Wahlleitungen der Stadtbezirke sind die Zettel mit dem gewünschten Ergebnis zumindest schon mal vorbereitet.

Minister Mielke erblasst vor Schreck.

MINISTER MIELKE

Versteh ick jetzt nich. Ick hab doch klar gesacht, keine Manipulationen? Det ham wa doch jar nich nötig. Wen störts denn, wenn da dementsprechend nur 95% steht? Dann haben die Leute ihren Willen und denn herrscht Ruhe im Land.

GENERALLEUTNANT NEIBER

(druckst herum) Tja, das… ich hab das auch grad erst erfahren… Anweisung aus dem Großen Haus: Die Wahlergebnisse dürfen nicht schlechter sein als beim letzten Mal.

Gerhard Neiber deutet mit dem Finger nach oben. Mielke versteht den Wink und setzt sich unverzüglich in Bewegung.

MINISTER MIELKE

Mist. Die machen wieder einen Blödsinn und an uns bleibts dann hängen. Carlsohn, hol mir mal den Vorsitzenden der Wahlkommission an die Strippe.

GENERALMAJOR CARLSOHN

Jawohl, Genosse Minister!

Er nimmt gleich den Hörer vom nächsten Telefon ab.

MINISTER MIELKE

Mensch, der Gegner hat doch seine Leute beim Auszählen der Stimmzettel. Die sind doch nich blöd. Denn ham wa wieder so ne scheiß Kampagne am Hals.

GENERALMAJOR CARLSOHN

Genosse Krenz ist schon im Studio, um die Wahlergebnisse zu verlesen.

Er schirmt den Hörer mit der Hand ab. Mielke schaut auf seine Uhr, dann schlägt er wütend mit der Faust auf den Tisch.

MINISTER MIELKE

(schreit) Verdammt noch mal! Der sollte doch erst mit mir reden, der Trottel! Dieser Pionierleiter!

Off-Ton aus der folgenden Szene.

EGON KRENZ (OFF)

Liebe Bürgerinnen und Bürger der Deutschen Demokratischen Republik. Liebe Freunde und Genossen.

Erich Mielke, Meister der Angst | Scène 27

Een psychologe praat met Erich Mielke in de gevangenis om diens toe­rekenings­vat­baarheid te kunnen vast­stellen.

INNEN. JVA UNTERSUCHUNGSRAUM TAG 2 – TAG

Anna-Luise Brand beobachtet Erich Mielke, der von einem Schauer durchgeschüttelt wird.

ANNA-LUISE BRAND

Haben Sie Angst, Herr Mielke?
Mielke schreckt auf und sieht die Psychologin befremdet an.

ERICH MIELKE

Angst?

ANNA-LUISE BRAND

(mitfühlend) Etwas hat Sie sichtlich tief bewegt.

ERICH MIELKE

(winkt ab) Ach. Wat wissen Sie denn von Angst?
Berufsstolz und selbstsicher will Anna-Luise Brand antworten.

ANNA-LUISE BRAND

Na ja, die Psychologie beschäftigt sich in ihrem Kern…

ERICH MIELKE

(unterbricht sie polternd) Selbstverständlich haben Sie darüber in Ihren Büchern gelesen. Is ja klar. Vielleicht haben Sie dazu sogar ne Diplomarbeit jeschrieben und so weiter. Aber…
Er schaut ihr tief in die Augen. Die Psychologin hält den Atem an.

ERICH MIELKE

Was wissen Sie denn wirklich von Angst?
Schweigen.

ERICH MIELKE (FORTLAUFEND

Ick sags dir, Kindchen. Angst is die wirkungsvollste Triebfeder des menschlichen Handelns. Kapiert? Mehr als Ehrgeiz, Habgier, Hoffnung und so weiter, allet zusammen. Det is Psychologie! Herrlich!
Er zeigt mit seiner rechten Hand einen minimalen Abstand zwischen Daumen und Zeigefinger.

ERICH MIELKE

Nur so wenig Angst braucht man, um die Welt zu steuern, so wenig. So is die Sache. Und glaub mir: Ick weiß, wovon ick rede.

Dankert & Dankert | Aflevering 10 | Scène 9

Advocaat Jelle wordt door de rechter-commissaris ondervraagd over zijn relatie met Monica Bremer, zijn cliënte die hij zou hebben aangespoord om steeds grotere overtredingen te begaan.

INT. POLITIEBUREAU / VERHOORKAMER / MIDDAG 1


Met een gezicht op onweer gaat Jelle aan een tafeltje zitten en trekt zijn jasje recht.

RECHTER-COMMISSARIS (O.S.)

Wat is uw naam?
Meteen kijkt Jelle verontwaardigd naar het tweetal tegenover hem: Advocaat Albert van Praag en de rechter-commissaris die volkomen blanco terugstaren.

JELLE

Wat is dit voor onzin? Jullie weten dondersgoed hoe ik heet.

ALBERT

(sust) Jelle, dit is alleen maar voor het verslag.
Jelle zucht.

JELLE

Mijn naam is Jelle Dankert. Jee-ee-dubbel el-ee…

RECHTER-COMMISSARIS

(onderbreekt) Dankuwel. Bent u bekend met mevrouw Monica Bremer?

JELLE

Dat kun je wel zeggen ja!
Tot zijn schrik ziet hij hoe de rechter-commissaris meteen een aantekening maakt. Albert observeert hem afwachtend.

JELLE (CONT.)

(corrigeert zichzelf) Maar alleen zakelijk. Verder niks. Gewoon een cliënt.

RECHTER-COMMISSARIS

(citeert) “Je bent een droom van een vrouw, bloedmooi en rijk”, heeft u dat tegen haar gezegd?

JELLE (ONDERBREEKT)

Ho-ho-ho! Ik ben advocaat, ik zeg zovéel!

ALBERT

Jij hebt meermaals met haar geflirt, beweert mijn cliënte.

JELLE

HET IS PRECIES ANDERSOM! Zij kon niet van MIJ afblijven! Zij liep constant achter MIJ aan!

RECHTER-COMMISSARIS

(rustig) “Ik ben jaloers op iedere man die jou krijgt”. Zijn dat uw woorden?

JELLE

Het zal best, maar dat betekent nog niet…
Hij ziet hoe de rechter weer een aantekening maakt.

JELLE (CONT.)

Jongens, die vrouw spoort niet. Geloof me.

RECHTER-COMMISSARIS (NEGEERT HEM)

(onverstoorbaar) En heeft u haar ook gezegd dat u alleen ‘grote zaken’ wilt doen?

JELLE

Ik wil IEDERE zaak doen waar zij niks mee te maken heeft.

RECHTER-COMMISSARIS

Geen verkeersovertredingen, geen burenruzies, alleen “grote” zaken, zoals brandstichting?

JELLE

Ja, hoor! Straks ben ik nog degene die haar daartoe heeft “aangezet”!
Het tweetal aan de andere kant van de tafel reageert niet. Jelle begrijpt dat hij de spijker op z’n kop slaat.

JELLE (CONT.)

(roept uit) Dit is belachelijk!