Rozengeur & Wodka Lime | Aflevering 24 | Scène 1 en 2

Op de ouderavond komen Donna en Jasper bij de schoollerares van hun zoon Boris.

INT. SCHOOL / KLASLOKAAL / OCHTEND 4

In een verder verlaten schoollokaal zitten Donna en Jasper naast elkaar aan een te klein tafeltje. Het is ouderavond.

LERARES

Vanaf het begin ging het eigenlijk heel goed met Boris. Tot een paar weken geleden. Toen leek hij wel een ander kind. Snel afgeleid. Geen zin om met de groep mee te doen.
Jasper reageert oprecht verbaasd:

JASPER

Boris?

LERARES

Is er misschien iets gebeurd in zijn omgeving? Een bepaalde verandering?
Jasper en Donna werpen even een vluchtige blik naar elkaar.

JASPER

We hebben natuurlijk even in Zeeland gewoond. Maar hij leek juist zo blij om weer terug te zijn in Amsterdam.

LERARES

Plast hij nog in zijn bed?

JASPER

Nee, dat doet hij allang niet-

DONNA (ONDERBREEKT)

Ja, vorige maand begon het ineens weer.
Jasper kijkt even verbaasd naar Donna. Dat wist hij niet.

LERARES

Zijn er dingen gebeurd waardoor hij van slag zou kunnen zijn?
Nu verzinken Jasper en Donna even in stilzwijgen. Ze beginnen te vermoeden wat de oorzaak zou kunnen zijn voor Boris’ achteruitgang.

DONNA

(aarzelend) Mijn man en ik-

JASPER (ONDERBREEKT)

Nee, niets bijzonders.
Even een ongemakkelijke blik naar elkaar. Donna doet er verder het zwijgen toe.

JASPER (CONT.)

Af een toe een ruzietje. Zoals in elk gezin voorkomt. (Enthousiast) Hij is thuis even vrolijk als vroeger.
De lerares knikt, maar denkt er het hare van.

LERARES

Hij heeft in ieder geval dus een stabiele thuissituatie.
Jasper en Donna knikken beiden instemmend ja. Als twee volwassen kleuters.

INT. HUIS DONNA & JASPER / WOONKAMER / OCHTEND 4

In de woonkamer zit een oppas van zeventien haar huiswerk te maken. De voordeur gaat open en luide stemmen klinken vanuit de gang:

DONNA (O.S.)

(Kwaad) Je gaat toch niet liegen tegen zo’n vrouw?!

JASPER (O.S.)

(Verontwaardigd) Het gaat haar helemaal niets aan wat voor problemen wij hebben!

DONNA (O.S.)

Wel als dat van invloed is op Boris.
Ze is de woonkamer binnengekomen en ziet de oppas die haar huiswerk al aan het inpakken is. Meteen bindt Donna een beetje in.

DONNA (CONT.)

Hoe is het gegaan?

OPPAS

Rustig. Ze zitten boven te spelen.
Ze loopt met haar tas naar de gang, waar Jasper z’n portemonnee tevoorschijn trekt en het meisje wat papiegeld geeft. In de keuken schenkt Donna voor zichzelf een glas water in.

OPPAS (CONT.)

Bedankt. Tot de volgende keer.
Pas als de voordeur is dichtgevallen, gaat de ruzie verder.

JASPER

(Geïrriteerd) Laat die vrouw zich met haar eigen zaken bemoeien.

DONNA

Dat doet ze ook: zij ziet dat Boris een achterstand heeft en zoekt naar een reden. Daarvoor is ze lerares.

JASPER

Ja en in no-time weet straks de hele school hoe het er bij ons voorstaat.

DONNA

(Fel) Gaat het je daarom? Wat anderen van je denken? Is dat belangrijker voor jou dan je eigen kind?!

JASPER

Nee, onzin! Ik zie alleen geen reden om meteen de vuile was buiten te hangen.

DONNA

En ik vertik het om de schone schijn op te houden.

JASPER

Zo zet je ook mij voor schut!
Donna is het zat.

DONNA

Okee, dan hou ik toch gewoon m’n mond?!

BORIS (O.S.)

(Zacht) Hoe was het?
Boris is vanuit de gang verschenen en staat bedremmeld in de deuropening. Meteen veranderen Jasper en Donna van toon:

JASPER

(Joviaal) Hé, grote kerel, we hebben zoveel goede dingen over jou gehoord.
Hij draait zich al naar Boris toe om hem op te vangen.

DONNA

Kom maar bij mama, lieverd.

JASPER

Kom ‘ns hier.
Boris blijft staan en kijkt alleen maar naar zijn ouders. Even is het stil. Dan pakt Jasper Boris op en tilt hem de kamer uit.

JASPER (CONT.)

Laat maar eens zien wat je allemaal gebouwd hebt. Dan zorgt je moeder zo voor het eten.

Rozengeur & Wodka Lime | Aflevering 22 | Scène 14

Babette probeert Marion te overtuigen om haar kind niet in de steek te laten.

14 INT. HUIS BABETTE / MIDDAG 1


Alsof Babette zo van de schommel afkomt, ploft ze op de bank. Ze staart naar Marion die haar reistas in pakt, waarmee ze later naar Londen zal gaan.

BABETTE

Dat je haar achter kunt laten.

MARION

(droog concluderend) Je hebt het zelf gehoord: ze wil niet mee naar Londen.

BABETTE

(welwillend) Dan blijf jij toch hier?!
Babettes probeert haar enthousiasme over Claire over te brengen op Marion:

BABETTE (CONT.)

Heb jij wel eens met haar geschommeld?
Maar Marion gaat gewoon verder met inpakken. Ze stopt een flesje Amoroso in de tas.

BABETTE (CONT.)

En weet je trouwens dat ze heel erg bang is dat haar kleren vies worden?

MARION

(zonder opkijken) Gewoon netjes opgevoed.
Ze heeft haar reistas opgetild. Babette veert overeind, grist opeens de reistas uit haar handen en knalt hem op de grond.

BABETTE (CONT.)

Ze is doodsbang om iets verkeerds te doen, om fouten te maken. (nadrukkelijk) Omdat ze voelt dat ze er alleen voor staat. Jullie bieden haar niet het vangnet dat zo’n kind nodig heeft.

MARION

Onzin. Ze is gewoon heel wijs en zelfstandig voor haar leeftijd.
Ze passeert Babette en pakt haar jas.

BABETTE

(gefrustreerd) Wat voor moeder ben jij?! Is tegelijk met je borsten ook je moederinstinct geamputeerd?
Die opmerking komt aan. Marion draait zich om naar Babette.

BABETTE (CONT.)

Als een moeder niet voor haar kind zorgt, wie dan wel?
Marion schudt haar hoofd.

MARION

(zacht) Haar vader. Misschien heb je wel gelijk, misschien is mijn moedergevoel geamputeerd. Dus… (Kordaat) Ik wil mijn eigen leven. En als mijn advocaat breng jíj dat maar voor elkaar. Wat de uitspraak ook is: meteen na de rechtszaak zit ik op het vliegtuig.
Voor Babette barst de bom:

BABETTE

En zij moet maar zien hoe ze door het leven rolt?! Waar ze haar eigenwaarde vandaan haalt?!

MARION

Wij hebben haar voldoende-

BABETTE (ONDERBREEKT)

Jullie hebben haar uitgekotst! En dat gevoel draagt ze haar hele leven met zich mee. Je bent verdomme therapeut.
Marion is overvallen door Babettes onverwachte felheid.

BABETTE (CONT.)

Ze zal zich aan niemand kunnen binden. Bang om ooit te worden gedumpt.

MARION

Babette?

BABETTE (REAGEERT NIET)

Eenzaam, achterdochtig en niet in staat te geloven dat een man iets meer van haar zou willen dan sex!
Babette valt buiten adem stil. Marion staart haar aan.

MARION

Jij hebt het helemaal niet over Claire. Jij hebt het over jezelf.

Rozengeur & Wodka Lime | Aflevering 22 | Scène 1 en 2

Babette moet bemiddelen in een scheidingszaak, waarvan een kind de dupe dreigt te worden.

INT. ADVOCATENPRAKTIJK / KANTOOR BABETTE / OCHTEND 1


Babette doet de deur van haar kantoor open. Rogier zit ineengedoken aan tafel met een paperclip te spelen. Marion staat met haar rug naar hem toe in de boekenkast te staren. Beiden draaien zich om als ze Babette horen binnenkomen en glimlachen haar innemend tegemoet. Babette knikt zo vriendelijk mogelijk terug.

MARION

(terloops) Ik heb vanochtend al wat boodschappen gehaald. Twee biefstukjes, asperges, (Met een knipoog) Flesje Amoroso.
Babette probeert zakelijk te blijven:

BABETTE

Zullen we het daar straks over hebben? (Kordaat) Ik zit hier nu om tussen jullie te bemiddelen. Zodat de scheiding zo harmonieus mogelijk kan worden afgewikkeld.

MARION

Verwacht van mij geen problemen. (Een onverwachte glimlach naar Rogier) We hebben elkaar al genoeg in de haren gezeten. Jij mag het allemaal hebben: het huis, de meubels, alles.
Rogier knikt vriendelijk terug.

ROGIER

Hoeft echt niet, hoor. We hebben er samen voor gewerkt. Dus heb jij er evenveel recht op als ik.

MARION

Lieve schat, ik zou mezelf haten als ik jou dat huis zou afnemen. Jij hoort daar. Het is vlakbij je werk…
Babette heeft met verwondering zitten toeluisteren, maar nu grijpt ze in:

BABETTE

Laat je niet meeslepen door de emoties van het moment. Daar krijg je achteraf spijt van. Dan had éen van jullie misschien toch de auto gewild of een betere omgangsregeling met jullie kind.

MARION

(stellig) Ik zie overal vanaf.
Opeens beseft Babette dat Marion inderdaad van Claire af wil. Een snelle blik naar Rogier.

BABETTE

Maar jullie zullen toch afspraken moeten maken: bij wie Claire woont; hoe vaak ze bij de ander logeert…

MARION

O, dat wil ik dat kind niet aandoen. Allemaal veel te verwarrend voor haar. Laat haar maar gewoon bij haar vader wonen.

ROGIER

Hoe kan dat nou?! Ik moet de hele dag werken. Ik kan haar nooit de aandacht geven die ze verdient.

MARION

Dan werk je toch iets korter. Alimentatie hoef je niet te betalen. Vaders genoeg die het in hun eentje doen.

ROGIER

Ik kan jou nooit vervangen. Het moederlijke geduld en de liefde die je altijd voor haar hebt.

MARION

Die kan ik haar moeilijk geven als ik straks in Londen zit. Steeds van hot naar her. Dodelijk voor een kind.

ROGIER

Integendeel, jij kunt haar wat laten zien van de wereld!
Marion schudt zeer zeker van zichzelf nee.

MARION

Ze heeft rust nodig en stabiliteit.
Babette gelooft haar oren niet en speelt nerveus met een pen tussen haar vingers. Marion kijkt haar aan met een glimlach vol moederlijke trots:

ROGIER

Straks wordt ze ongesteld of heeft ze een bh nodig. Wat moet ik dan?!
Babette probeert de dialoog te onderbreken en tikt zachtjes met haar pen op tafel:

BABETTE

Dit kunnen jullie zo’n kind toch niet aandoen?!
Alsof ze Babettes tussenwerpsel niet heeft opgemerkt:

MARION (TEGEN ROGIER)

Een bh kopen. En maandverband. Waarom zouden vaders dat niet kunnen?!

ROGIER

Gewone vaders misschien. Ik heb me nooit met haar opvoeding bemoeid.

MARION

Dan krijg je nu de kans dat in te halen. Ik heb haar de eerste tien jaar opgevoed. Jij de volgende.
Weer tikt Babette met haar pen op tafel. Nu iets harder:

BABETTE

Denk nou eens aan Claire!
Rogier hoort haar niet en hoont met ongekend zelfinzicht tegen Marion:

ROGIER

Mooie vader! Die met de een na de andere vrouw het bed induikt. Lekker voorbeeld krijgt dat kind.
Hij kijkt ter bevestiging even naar Babette.

MARION

Alsof ík zo’n modelmoeder ben! Seksueel gefrustreerd als ik weet niet wat. Ik heb nogal wat in te halen. Ook geen goed voorbeeld.
Babette knalt haar pen op tafel.

BABETTE

(Onverwacht fel) Hou nou eens op over jullie zelf! Wat is het beste voor Claire?!
Er valt een geladen stilte.

MARION

Het is heel simpel: ik wil haar niet.

ROGIER

Ik ook niet.

Op de drempel

Een bibliothecaris uit Hoofddorp heeft zich zojuist voorgesteld aan het publiek.

Bibliothecaris

Dit is mijn stempel. Jazeker, die heb ik mooi meegenomen. Hij is prachtig – Hij bevat iedere datum die er ooit is geweest. U gelooft me niet? (Sluit zijn ogen en morrelt aan de draaischijven van de stempel) “27 augustus 1883”… ziet u wel, op die datum ontplofte de Perboewaten-vulkaan op Krakatoa, zesendertig duizend mensen werden bedolven onder de as. Het zit hier allemaal in! Alle beproevingen en successen van de geschiedenis. (Sluit zijn ogen, morrelt aan de draaischijven) “25 januari 1971”… O, 25 januari 1971… Helen… Shattock laat haar hond uit in Dayton als een bevroren blok urine uit het toilet van een Pan Am vliegtuig, valt, en haar hoofd raakt, op slag dood. Let op, (morrelt aan de stempel) zelfde dag, “1836”, Cetewayo, de koning der Zoeloes, wordt geboren! Jazeker, deze stempel bevat iedere geboorte in deze zaal, niet alleen die van Cetewayo. En dood. Ja, onze dood zit hier ook… ergens… Mijn dood zit hierin… ergens… Ik weet alleen niet… waar… Maar toch. Je krijgt er wel respect voor, hè. Die stempel.

Moeders & Dochters | Scène 16 en 17

Voor het eerst stelt Julia haar vriend Maarten aan haar moeder voor, die uitgebreid heeft gekookt om indruk op hem te maken.

INT. HUIS BEATRIJS / WOONKAMER

Beatrijs heeft de schaal op tafel gezet en overhandigt een grote vork en mes aan Maarten.

BEATRIJS

De man mag het vlees snijden.
Ze kijkt vertederd toe hoe Maarten begint te snijden. Als hij haar bord wil pakken:

MAARTEN

Het eerste stuk is voor-

BEATRIJS (ONDERBREEKT)

Ik hoef niet, hoor! Het is allemaal voor jullie!
Met ingehouden irritatie kijkt Julia naar het onderonsje. Maarten legt een stuk fazant op haar bord.

BEATRIJS (CONT)

Vertel eens over jezelf, Maarten. Wat doe je voor werk?

MAARTEN

Nou, ik ben eigenlijk ehh-

JULIA (ONDERBREEKT)

Hij werkt voor een krant. Het Parool.
In verwarring kijkt Maarten haar aan.

BEATRIJS

(goedkeurend) Zo! Toe maar.

JULIA

Ja. Hij heeft een eigen column.
Maarten kijkt verbijsterd opzij.

BEATRIJS (TEGEN MAARTEN)

(geïnteresseerd) Waarover schrijf je precies?

MAARTEN

(opgelaten) Nou ik ehh.. Ditjes en datjes-

JULIA

De architectuur in Zuid, de biologische klok van trekvogels en ook een heel goed stuk over creatief boekhouden.

BEATRIJS

(bewonderend) Goh! Van alle markten thuis dus!
Gegeneerd neemt Maarten de complimenten in ontvangst. Er wordt zwijgend verder gegeten.

BEATRIJS (CONT)

Maar was dat niet geschreven door Kees Tamboer?

JULIA

(beaamt) Hm-hm. Dat is z’n pseudoniem.
Weer een stilte. Maarten krijgt geen hap meer door z’n keel.Dan opeens:

MAARTEN (TEGEN BEATRIJS)

Ik schrijf weleens een verslagje voor Grasduinen.
Met een nors gezicht over haar bord gebogen eet Julia verder. Een lange, pijnlijke stilte.

COMMENTATOR (VO)

Natuurlijk, het kan ook goed uitpakken, de introductie van een nieuwe vriend. Maar hier dus niet. De messen worden geslepen, de hakken staan in het zand, de strijd kan beginnen…
Plotseling legt Julia haar bestek neer. En terwijl ze haar mond met een servetje schoonveegt.

JULIA

Lekker, hoor. Alleen…

BEATRIJS

(liefjes) Alleen wat?

JULIA

(laconiek) Iets teveel uien.

MAARTEN

Nou, ik vind het anders-

JULIA (DOORBREEKT)

Teveel uien en het borststuk was nog niet helemaal gaar.

BEATRIJS

(ijzingwekkend) Is dat zo, liefje?

JULIA

Ja. Het had vijf minuutjes langer in de oven gemogen.

BEATRIJS (TEGEN MAARTEN)

Och, het is zo’n keukenprinses, die dochter van mij. Spinazie-taart, asperge-pudding, ze draait haar hand er niet voor om.
Julia negeert deze woorden van Beatrijs en probeert met haar pink iets tussen haar tanden uit te pulken.

JULIA

En voortaan eerst het touwtje er vanaf halen.

BEATRIJS

(verontwaardigd) Er zat geen touwtje om!

JULIA

Jawel, het zit nu tussen m’n tanden.A

BEATRIJS

(woest) Er zit geen touwtje om een fazant!

JULIA

Om deze wel.

BEATRIJS

ONZIN!
In de stilte die valt:

MAARTEN

Goh, wat staan uw planten er mooi bij.
Verward kijken Julia en Beatrijs om zich heen: in de hele kamer is geen plant te bekennen. Julia houdt zich vanaf dat moment volkomen afzijdig, terwijl Beatrijs voor het eerst Maarten eens goed opneemt.

MAARTEN (CONT)

(stamelt) Planten houden van mensen. Bloemen.
Weer kijkt Beatrijs uitgebreid om zich heen, maar in de hele kamer staat geen plant. Het gesprek loopt helemaal dood.

MAARTEN (CONT)

U heeft vast erg groene vingers.
Onbewust kijkt Beatrijs naar haar vingers. Op dat moment klinkt er van boven een bonk. Iedereen kijkt omhoog. Terwijl Beatrijs de tafel begint af te ruimen:

BEATRIJS

Da’s m’n strijkplank. Die valt steeds om.
Ze tilt de schaal met fazantresten van de tafel.

INT. INTERVIEW JULIA & BEATRIJS


Schuldbewust houdt Beatrijs zich afzijdig, terwijl Julia verontwaardigd in de camera praat:

JULIA

Ze had hem op zolder gestopt! M’n vader. Op zolder!
Ze werpt een beschuldigende blik opzij naar Beatrijs, maar die doet alsof ze er niet is.

JULIA (CONT)

Daar moest hij op z’n sokken rondlopen, totdat Maarten weg was. Geen geluidje mocht hij maken…

BEATRIJS

(voor zichzelf) En hij laat weer z’n schroevendoos vallen.
En nou komt de clou:

JULIA

‘Om mijn vriend niet af te schrikken’! Haa!
Direct tegen Beatrijs:

JULIA (CONT)

JIJ had op die zolder moeten zitten!

Het klokhuis | Waterlanders

Een nieuw stuk Nederland wordt aangelegd door zand van de zeebodem op te zuigen… en niet alleen maar zand.

INT. MAASVLAKTE – BOUWKEET


In een bouwkeet zit een WETHOUDER over een plattegrond gebogen, terwijl een AANNEMER naast hem verschillende locaties aanwijst.

AANNEMER

Voor de kust wordt het zand opgezogen door onze sleephopper-zuiger. Daarna wordt het door een enorme buis geperst en hier achter ons neergegooid. Een nieuw stukje Nederland!
Hij knikt richting deur waarachter een enorm gebrom klinkt.

WETHOUDER

En dat loopt allemaal goed?

AANNEMER

Reken maar! Ha-ha-ha, wat kan er nou verkeerd gaan?
Tok-tok-tok! Beiden draaien zich om. In de deuropening staat een uitgeputte DUIKER met snorkel en zwemvliezen bedekt met zand.

DUIKER

Is dat apparaat van jullie?
Het tweetal kijkt met open mond naar de duiker die trilt van woede.

DUIKER (CONT.)

Zwem ik nietsvermoedend in de Noordzee word ik opgezogen! En hier uitgespuugd! Niet normaal gewoon! Duikfles weg, fototoestel weg, dat gaat jullie geld kosten!
Het tweetal staat hem nog steeds roerloos aan te staren.

DUIKER (CONT.)

En die… die… stofzuiger moet stoppen! Levensgevaarlijk! Anders staat het morgen in de krant! Dus kies maar!
De wethouder kijkt peinzend voor zich uit. Stilte.

WETHOUDER

Dan kies ik toch voor de krant. Tsja, zo’n historisch moment, dat moet iedereen weten.

DUIKER

Uhh… hoezo historisch?

AANNEMER

(plechtig) Want dan heeft Nederland voor het eerst de strijd tegen het water verloren.

WETHOUDER

Eeuwenlang hebben kerels zoals hij (Naar aannemer) hun leven gewaagd om dit kikkerland te beschermen.

AANNEMER

En dat blijkt dus allemaal voor niets… omdat u zich laat opzuigen!

WETHOUDER

Ja, schaamt u zich niet om dit hele project zo in gevaar te brengen?

AANNEMER

Wat als u klem was komen te zitten in de buis, hè? Wat dan?!

WETHOUDER

Dan was dit hele stuk Nederland weer in de golven verdwenen.

AANNEMER

Onverantwoord gewoon.

WETHOUDER

Dus een excuus lijkt me wel op zijn plaats.
Afwachtend kijken beiden de duiker aan.

DUIKER

(bedremmeld) Het spijt me dat ik me heb laten opzuigen.

WETHOUDER

Hm, ’t is al goed.
De aannemer duwt de plattegrond in de handen van de duiker.

AANNEMER

Hier. Gewoon het lijntje volgen, dan bent u zo weer terug in zee.
Als een geslagen hond druipt de duiker met de plattegrond af. Als de deur is dichtgevallen, lachen beide achterblijvers opgelucht.

WETHOUDER

Fioew! Komen wij even goed weg!

AANNEMER

Zeker weten, ha-ha! Had nog best lastig kunnen worden.

JOCHIE (O.S.)

Ik wil naar mammie!
In de deuropening verschijnt een KIND in zwembroek overdekt met zand.

MEISJE

Ik ook!
Een MEISJE in zwemkleding onder het zand verschijnt achter hem.

BADGASTEN (O.S.)

WIJ WILLEN ALLEMAAL TERUG!
De wethouder en de aannemer kijken elkaar sprakeloos aan.

BADGASTEN (O.S., CONT.)

ZET DAT DING UIT!

Het klokhuis | Voordeurbel

In deze winkel wordt het kopen van een voordeurbel een hele belevenis.

INT. WINKEL – INGANG & BALIE


Een KLANT komt een winkel met voordeurbellen binnen: HIEEHIEHIE! Paardengehinnik. Verbaasd opent hij de deur nog een keer: HIEHIEHIE!

VERKOPER

Ons laatste model! Succes verzekerd!

KLANT

Heel… apart. Mijn voordeurbel is kapot en…

VERKOPER

Dan bent u hier aan het juiste adres, meneer. De grootste voordeurbellenspeciaalzaak van West-Europa!
Hij gebaart naar een enorme wand vol voordeurbellen.

KLANT

Sjonge…

VERKOPER

Wij hebben ALLES! Een voordeurbel is namelijk een persoonlijk statement. Het vertelt precies wie u bent: koel afstandelijk, zwoel gepassioneerd, zeg het maar.

KLANT

Ik ehh… Wat is de goedkoopste?
Met gesloten ogen richt de verkoper zijn vingers naar de klant.

VERKOPER

Ik zie het al. Meneer is een romanticus! Een gevoelsmens! Dan heb ik hier precies wat u zoekt.
Hij laat zijn hand boven een knop zweven.

VERKOPER (CONT.)

Stelt u zich eens voor: zaterdagochtend, u leest de krant, kopje koffie erbij en dan…
Aaaaaaaaaa! Hij heeft op de knop gedrukt en een ijzingwekkend gekrijs gaat door merg en been.

VERKOPER (CONT.)

Hoort u die volle klank? Die pure emotie?
Lijkbleek verschijnt het gezicht van de klant weer boven de balie.

KLANT

Mijn God… Alsof er iemand van een berg viel.

VERKOPER

(trots) De Matterhorn om precies te zijn. Ik wist wel dat u het zou waarderen. Zo wordt ieder bezoek een belbelevenis.

KLANT

Spaar me, zeg! Ik zoek iets normaals.

VERKOPER

Natuurlijk, ik snap het! Meneer wil opgaan in zijn omgeving. Back to basic, zogezegd.
De klant krimpt ineen als de verkoper weer op een knop drukt. Stilte.

VERKOPER (CONT.)

(plechtig) Wat vindt u ervan? Eerlijk zeggen.

KLANT

Maar… ik hoor niets…

VERKOPER

Subtiel, hè? Echt voor fijnproevers.

KLANT

Wat heb je nou aan een bel die je niet hoort?!

VERKOPER

Het is eventjes wennen.

KLANT

Nee, ik wil een gewone bel! Tring-tring, zoiets.

VERKOPER

Tring-tring… Weet u het zeker?

KLANT

Absoluut!

VERKOPER

Maar past deze niet beter bij u?
Hij drukt op een knopje: BOOOOOOOOOOOONK (oceaanstomer)!

KLANT

Alstublieft, zeg!

VERKOPER

Of anders deze…
HOEOEOEOEOEOEOEOE (luchtalarm)! Boven het geluid uit:

VERKOPER (CONT.)

ZO WEET DE HELE BUURT DAT U BEZOEK HEEFT!

KLANT

EEN BEL WIL IK: RING-RING!

VERKOPER

EN MET DEZE MAAKT U ECHT DE BLITS!
Boven het luchtalarm uit klinkt: OELE-OELE-OELE (aanval van zoeloes)! De klant drukt beide handen op zijn oren.

KLANT

NEE, RING-RING!

VERKOPER

DIT IS MIJN FAVORIET!
Boven het luchtalarm en de zoeloes uit: DAKADOEFFFF (treinongeluk)!

KLANT

AFSCHUWELIJK!
Hij trekt de winkeldeur open en stormt met bedekte oren naar buiten. Terwijl het geluid van de bellen wegebt, roept de verkoper hem na:

VERKOPER

Graag of niet, hoor!
Hij smijt de winkeldeur dicht: RINKELDEKINKEL! Buiten beeld is het glas van de deur op de stoep terechtgekomen. Stilte. Dan kijkt het hoofd van de klant door de raamloze deur naar binnen.

KLANT

Dat laatste geluid kwam wel in de buurt. Doet u die maar.
Verbijsterd kijkt de verkoper in de camera.

Het klokhuis | Vier sterren

Wanneer een klant pindakaas bestelt, doet de ober van een duur restaurant alles om die niet te hoeven brengen.

INT. RESTAURANT LES QUATRE ETOILES


Een GAST aan een tafeltje in een uiterst chique restaurant bestudeert de menukaart. Op de achtergrond klinkt zacht een piano en beschaafd geroezemoes.

KELNER (O.S.)

En? Heeft u al een keuze kunnen maken?
Naast het tafeltje verschijnt een deftige KELNER in zwart rokkostuum en witte strik. In zijn hand een blocnote.

GAST

(zonder op te kijken) Hm. Lastig.

KELNER

Mag ik u dan de Milanese kalfsoester aanbevelen? Op een bed van Cantharellen.

GAST

Heb ik vorige week al gehad.

KELNER

Of een Boeuf Bourguignon? Tongstrelend!

GAST

Nee, ik weet het al!
De KELNER houdt een potlood klaar boven de blocnote.

GAST (CONT.)

Een boterham met pindakaas!

KELNER

Pardon?

GAST

Pindakaas. Op een bruine boterham.
Stilte. De KELNER schrijft niets op, maar buigt zich behulpzaam naar de menukaart toe.

KELNER

Kijk, we hebben ook Confit de Canard.

GAST (ONDERBREEKT)

Nee, ik wil pindakaas!

KELNER

(toonloos) Pindakaas. Juist ja. Zal ik die caramelliseren of een beetje cognac erdoorheen? ‘Pindakaas flambé’, zogezegd.

GAST

Nee! Gewoon pindakaas op een boterham. Niets meer en niets minder.

KELNER

(ijzig) Tuurlijk, meneer, wat u wilt.
Hij vertrekt en tevreden vouwt de GAST de menukaart dicht.

GAST

(voor zichzelf) Een smeuïge, goudbruine laag met krokante stukjes noot, heerlijk!
Vrijwel onmiddelijk verschijnt de KELNER weer met een serveertrolley. Met geroutineerde bewegingen legt hij nieuw bestek voor de GAST neer.

KELNER

U heeft geluk, meneer. De chefkok heeft er zin in vandaag. Kijk eens: voor u.
Een gebraden fazant met twee brandende sterretjes erin gestoken, wordt voor de GAST op tafel gezet.

GAST

Wat is dit?!

KELNER

Faisan a la crème! Specialiteit van het huis.

GAST

Dat hoef ik helemaal niet!

KELNER

(geschokt) U wilt geen Faisan a la crème?!

GAST

Nee, haal het weg!

KELNER

Maar het is verrukkelijk!

GAST

Dan eet u het zelf maar op. Pindakaas heb ik besteld!
Zonder verder iets te zeggen plaatst de KELNER met nijdige bewegingen de fazant weer op de trolley. Voor hij vertrekt, draait hij zich toch nog even om… met een dampend gebakje in z’n handen.

KELNER

En een truffelpasteitje?

GAST

PINDAKAAS! MOET IK HET VOOR U OPSCHRIJVEN?
Beledigd rijdt de KELNER weg met de trolley.

GAST (CONT.)

(voor zichzelf) De volgende keer neem ik m’n eigen eten mee.
Meteen staat de KELNER weer naast hem en gooit met nauwelijks verholen dedain een mandje met brood en een zilveren schaaltje met deksel op tafel.

KELNER

Eén broodje pindakaas voor ‘meneer’.

GAST

(overdreven) Ik dank u vriendelijk.
Hij pakt zijn mes en tilt het dekseltje op: pinda’s.

GAST (CONT.)

U heeft gewoon geen pindakaas, hè?

KELNER

Wel.

GAST

Alleen een paar armetierige pinda’s.

KELNER

Da’s hetzelfde.

GAST

DAT IS NIET HETZELFDE!
Hij pakt het schaaltje en kiepert de pinda’s op tafel.

GAST (CONT.)

Hoe kan ik dit ooit op een broodje smeren?
Spottend kijkt hij naar de roodaangelopen KELNER.

GAST (CONT.)

Deze tent wordt volkomen overschat! Vier sterren maar geen pindakaas. Ha! Zelfs een frietkraam heeft meer keus dan hier!
Hij gooit zijn servet van zich af en wil opstaan, maar de KELNER ontploft en trekt het hoofd van de GAST aan diens haar naar achteren.

KELNER

U HOEFT ZE ALLEEN MAAR TE PRAKKEN! KIJK ZO!
Met brute kracht begint hij met het hoofd van de GAST op de tafel te bonken om de pinda’s te prakken.

KELNER (CONT.)

ZIET U WEL, HET WORDT AL SMEUÏG!

Het klokhuis | Torero

Tot groot onbegrip van directeur en publiek krijgt een stierenvechter medelijden met zijn tegenstander.

INT. ARENA – DIRECTIEKAMER


Onder een striemend fluitconcert haast een TORERO in Spaans stierenvechterskostuum en met een kort zwaardje zich de directiekamer binnen.

TORERO


(Verbijsterd) Wat is dat voor stier?!

DIRECTEUR


Jaaa, wat een monster, hè! Wat een beul!
Achter een bureau grijnst een zwaarlijvige DIRECTEUR.

TORERO


Zoiets heb ik nog nooit gezien.

DIRECTEUR


Twee keer zo zwaar als normaal en die horens! Een maatje te groot voor jou zeker?

TORERO


Dat valt wel mee.

DIRECTEUR


(Verwonderd) Heb je ‘m al verslagen?

TORERO


Ehh… nee. Ik vond het zielig.
De DIRECTEUR kijkt hem ongelovig aan. In de stilte horen we de menigte scanderen: LAFAARD! LAFAARD! LAFAARD!

DIRECTEUR


Zielig?

TORERO


Ja, hij lijkt wel verlegen. Staat daar maar om zich heen te kijken naar het publiek.

DIRECTEUR


Hij moet naar JOU kijken! Je moet ‘m uitdagen! Kijk zo! Olé! Olé!
Hij heeft een A4-tje van zijn bureau gegrist en wappert die als een rode lap in de lucht.

TORERO


Dat heb ik ook gedaan! Ik stond minutenlang te zwaaien en toen ie eindelijk kwam, gaf t’ie me een lik.

DIRECTEUR


Een lik?

TORERO


Ja, hij vindt me lief.
Woest graait de DIRECTEUR een vulpen van zijn bureau.

DIRECTEUR


Dan moet je ‘m boos maken! Prikken! Heb je ‘m geprikt?!

TORERO


Tuurlijk heb ik ‘m geprikt. De picadores op hun paarden hebben ‘m geprikt, de banderilleros met hun speren, IEDEREEN heeft ‘m geprikt.

DIRECTEUR


En werd hij woedend?!

TORERO


Nee, hij vindt ons allemaal lief.
Onthutst ploft de DIRECTEUR achter zijn bureau neer en begint driftig door een ordnermap te bladeren.

TORERO (CONT.)


En ondertussen staan we volslagen voor schut. Moet je dat publiek horen.
In de verte scandeert het publiek: GELD TERUG! GELD TERUG!

DIRECTEUR


Ik snap er niets van. Een Afrikaanse buffel van twee meter hoog. Oersterk. Kijk.
Hij draait de ordnermap naar de TORERO toe.

TORERO


Ja, ik zie het. Eén meter breed, melkproductie… Hè?!
De DIRECTEUR trekt de map weer naar zich toe.

DIRECTEUR


Melkproductie… negen liter per dag.
Verbijsterd laat de TORERO zich in een stoel zakken.

TORERO


Het is een koe!
Het gejoel van het publiek is oorverdovend: LOSERS! LOSERS!

TORERO (CONT.)


Er staat een koe in de ring!

DIRECTEUR


Ja… Ja… En we kunnen niet meer terug. Nou moet hij eraan ook.
De TORERO kijkt hem ongelovig aan.

TORERO


Nee-ee! Ik ga niet vechten met een koe! Ik heb ook m’n trots.

DIRECTEUR


Er zit niets anders op. Het publiek wil bloed zien. Dus doe het snel.

TORERO


Maar het is zo’n lief ding. Ze huppelt als een jong hondje achter me aan.

DIRECTEUR


Meteen de genadeslag: tsjakka!

TORERO


Ik kan het niet!
Driftig graait de DIRECTEUR het zwaardje uit zijn handen.

DIRECTEUR


Dan doe ik het wel!

TORERO


Nee! Nee! Misschien heeft ze wel kalfjes!
Maar de DIRECTEUR heeft het kantoor al verlaten. Moedeloos trekt de TORERO de zwarte steek van zijn hoofd en draait de ordnermap weer naar zich toe.

TORERO (RICHTING MAP, CONT.)


Vergeef ons, lieve koe.
In de verte barst opeens een donderend boegeroep los en in de openstaande deur verschijnt een aangeslagen DIRECTEUR.

DIRECTEUR


(Zwakjes) Ik kan het ook niet.

TORERO


Die ogen, hè.

DIRECTEUR


Ja, die droevige runderogen.

Het klokhuis | Super Simon

De weergaloze Super Simon wil een nieuw wereld record vestigen, maar dat blijkt nog best lastig.

INT. KANTOOR

Een suffig kantoor. Op een bureau staat een bordje: ‘aanmelden nieuwe wereldrecords’ en daarachter zit ambtenaar J.P. STOKMAN. Een spannend batman-deuntje klinkt en SUPER SIMON springt naar binnen: in glitterkostuum met cape.

SIMON

EN HIER BEN IK DAN! De fantastische, de geniale, de mega-super-grandioze… SIMON L. ROZEWATER!
Een stormachtig applaus. J.P. Stokman kijkt bevreemd om zich heen.

SIMON (CONT.)

Dankuwel! Dankuwel! Mag ik uw aandacht voor iets levensgevaarlijks, iets ongelofelijks… een nieuw wereldrecord!

J.P. STOKMAN

(stoïcijns) Niks met kakkerlakken, hoop ik. En ook geen dwergwerpen, want de vorige moeten we nog terugvinden.

SIMON

O nee hoor, veel beter…
Hij draait zich om: op zijn rug blijkt een kolossale vuurpijl te zitten.

SIMON (CONT.)

De enige echte Levende Raket!
Simon zwaait het dubbele raam open en wuift naar beneden.

MENIGTE (OFFSCREEN)

Super Simon! Super Simon!

SIMON

Dit is nog nooit vertoond!
Simon steekt met een aansteker de lange lont aan en gaat met éen opgetrokken knie en omhooggestoken armen in lanceerhouding staan.

J.P. STOKMAN

Toch wel hoor.
Hij bladert in een boek met wereldrecords.

J.P. STOKMAN

Vier jaar geleden in China. Toen vloog Long Sji-hai zeven meter de lucht in. Ongelukje met vuurwerk.

SIMON

Dus ik ben niet de eerste?
Hij komt naar het boek toe en J.P. Stockman deinst achteruit.

J.P. STOKMAN

Uhm… uw lontje brandt nog.

SIMON

Maar m’n hele familie staat beneden. De regionale televisie. Die verwachten allemaal een nieuw record! Wat moet ik doen?!

MENIGTE (OFFSCREEN)

Vliegen! Vliegen!

J.P. STOKMAN

Kunt u dat lontje misschien…

SIMON

Ik weet het al! Super Simon, de Verst Vliegende Vuurbal! Komt dat zien! Komt dat zien!
Hij gaat weer in zijn lanceerhouding richting open raam staan.

J.P. STOKMAN

Hoever denkt u daarmee te komen?

SIMON

Ik mik op de Grote Markt en anders het Weteringplantsoen.

J.P. STOKMAN

Jammer.
Verbouwereerd kijkt simon opzij naar J.P Stokman met zijn boek.

SIMON

Ook geen wereldrecord?

J.P. STOKMAN

Vorig jaar vloog de levende kanonskogel van circus Boltini over het hele IJsselmeer.
Simon ijsbeert door de kamer met de brandende lont achter zich aan.

SIMON

Dat haal ik nooit!

J.P. STOKMAN

Uw lontje is nu wel erg kort.

SIMON

Er moet toch IETS zijn waarin ik de beste ben?!

MENIGTE (OFFSCREEN)

Simon! Simon! Simon!

J.P. STOKMAN

Als u vierentachtig potloden in uw mond steekt, heeft u een record. Dat is nog nooit iemand gelukt.

SIMON

Potloden?! Potloden?! Het volk daar beneden wil iets spectaculairs zien, iets verbijsterends en u komt aan met potloden?!

J.P. STOKMAN

Die kunnen best scherp zijn, hoor.

SIMON

Wacht ‘ns even… Als ik m’n mond nou eens volprop met potloden EN ik vlieg met deze raket door de lucht, heb ik dan een wereldrecord?

J.P. STOKMAN

Ja, dan bent u inderdaad de eerste.

SIMON

O, dankuwel! U heeft me gered!

J.P. STOKMAN

Het lontje! Het lontje!
Simon grist alle potloden van het bureau, steekt ze in zijn mond en gaat snel in zijn lanceerhouding staan. Het gesis bereikt de pijl. Stilte.

J.P. STOKMAN

Misschien een rare vraag, maar hoe gaat u straks landen?

SIMON

Huh?!
Boemmm! Simon verdwijnt uit beeld. Stilte. J.P. Stokman komt overeind.

J.P. STOKMAN

Meneer Rozewater?
Met gestrekte armen is Simon tegen de muur naast het raam aangeplakt. Zijn rug is zwart geblakerd en er kringelt rook omhoog.

J.P. STOKMAN (CONT.)

Eén meter zestig. Hm. Dat kan ik helaas niet goedkeuren.